Kwaliteitsregister Paramedici

DTL-proof

HCA-Kwaliteitstoets-2015-2017

Taal

Taalproblemen bij kinderen bestaan vaak uit een verlate of een vertraagde taalontwikkeling. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld een gehoorprobleem of een algemeen ontwikkelingsprobleem.       Logopedie behandeling

Taalontwikkelingsproblemen kunnen zijn:                                                                                                                                               

  • Het kind begrijpt de taal niet goed
  • Het kind maakt korte zinnen voor zijn leeftijd
  • Het kind kent te weinig woorden voor zijn leeftijd
  • Het kind gebruikt de woordvormen niet goed
  • Het kind heeft nog niet alle klanken verworven

Om erachter te komen of uw kind een taalprobleem heeft kunt u de SNEL-test invullen op de website van 
> Kind en Taal

Taalproblemen bij volwassenen zijn vaak het gevolg van een hersenbeschadiging, bijvoorbeeld na een hersenbloeding of herseninfarct.

Taalproblemen bij volwassenen kunnen zijn:
  • Iemand kan niet meer zeggen wat hij /zij wil zeggen
  • Iemand begrijpt niet meer goed wat er gezegd wordt
  • Iemand kan de juiste woorden niet meer goed vinden
  • Iemand kan niet meer zo goed zinnen maken

Spraak

Het kan zijn dat u of uw kind problemen heeft met woordvinding (moeilijk op een woord kunnen komen), stotteren (niet vloeiend kunnen spreken). Ook kunnen er problemen zijn met het uitspreken van woorden, onduidelijk spreken en/of helemaal niet kunnen spreken. Dit worden spraakstoornissen genoemd. Hieronder worden een aantal voorbeelden gegeven van mogelijke spraakstoornissen die kunnen voorkomen:

  • Articulatiestoornissen: bijvoorbeeld slissen of lispelen, niet of verkeerd uitspreken van klanken
  • Dysarthrie: stoornis in de uitspraak, veroorzaakt door bijvoorbeeld een beroerte of spierziekte
  • Schisis (spleet in lip-, kaak- en/of gehemelte), waardoor problemen in het spreken ontstaan
  • Stotteren: niet vloeiend spreken


Stem

Het gebruiken van je stem is een erg belangrijk onderdeel van de communicatie. Wanneer je stem niet goed functioneert kan dit een belangrijke belemmering zijn. Mensen met stemproblemen praten hees, schor of hebben pijn bij het praten. Soms is het zelfs zo erg dat iemand helemaal geen stem meer heeft. Ook kan het zijn dat door het spreken keelpijn of een vermoeidheidsgevoel ontstaat. Natuurlijk is iedereen wel eens hees, maar wanneer dit langere tijd blijft bestaan, is behandeling gewenst.

Om stemproblemen te voorkomen of te verminderen zijn er een aantal regels voor stemhygiëne:

  • Niet roken
  • Probeer zo weinig mogelijk te keelschrapen of te kuchen
  • Probeer niet te fluisteren
  • Probeer niet te schreeuwen of te gillen
  • Drink veel water om de stembanden vochtig te houden
  • Probeer stress en spanning zoveel mogelijk te vermijden


Beroepsstem

Logopedie kan ook helpen bij mensen die voor hun beroep veel moeten spreken, zoals leerkrachten. Dit soort sprekers noemen wij beroepssprekers. Bij bepaalde beroepen wordt veel van de stem geëist. Door uw stem regelmatig verkeerd te gebruiken kunnen klachten ontstaan, zoals heesheid, vermoeidheid en/of pijn bij het praten. De logopedist kan u helpen om goed met uw stem om te gaan.

De logopedist kan u bijvoorbeeld helpen om een goede ademhalings- en stemtechniek toe te passen tijdens het spreken. Ook kan ze helpen bij het verbeteren van de articulatie of het verminderen van een dialect en/of het verbeteren van de intonatie. 

Kortom, de logopedist leert u optimaal gebruik te maken van uw adem, stem en spraak.


Slikken

Bij slikproblemen wordt niet zo vaak aan de logopedist gedacht. Het slikproces vindt voor een groot gedeelte plaats in de mond en daarom kan de logopedist hierbij helpen. Er zijn verschillende soorten slikproblemen. Iemand die een beroerte heeft gehad kan soms moeite hebben met het slikken. Maar ook bij kinderen kan een verkeerde tongpositie tijdens het slikken leiden tot een verkeerde kaakstand en gebitsafwijkingen.


Afwijkend slikken

Van afwijkend slikken wordt gesproken wanneer de tong tijdens het slikken tegen of tussen de tanden en/of kiezen wordt geduwd. Men slikt ongeveer 2000 keer per dag en deze 2000 keer geeft de tong een verkeerde druk tegen de tanden, waardoor deze kunnen gaan verschuiven. Dit afwijkend slikgedrag kan ontstaan zijn door de volgende afwijkende mondgewoonten:     
  • Duim-, vinger- en speenzuigen
  • Open mondgedrag
  • Afwijkende tongpositie in rust
  • Foutieve lipgewoonten
  • Afwijkend kauwen
  • Nagelbijten

Logopedie

Wij kunnen helpen de afwijkende mondgewoonten en/of het afwijkend slikgedrag af te leren en zo het gebit in stand te houden of verdere verschuiving te voorkomen. Om de gevolgen van afwijkende mondgewoonten te beperken is het belangrijk dat er vroegtijdig gesignaleerd en behandeld wordt.


Behandelverloop

Het behandelverloop van afwijkende mondgewoonten verschilt per cliënt. Motivatie van ouder en kind is het belangrijkste voor het slagen van de behandeling. Ook de ernst van de afwijkende mondgewoonten zal de behandelperiode beïnvloeden.

Trainers

Trainers van het bedrijf 'Myofunctional Research Co.' kunnen worden ingezet om logopedische begeleiding te ondersteunen. Ze dienen als hulpmiddel voor het afleren van de afwijkende mondgewoonten en het automatiseren van het geleerde (mond)gedrag.                                                                                                
 


Gehoor

Als uw kind of uzelf niet of slecht geluiden, klanken of spraak hoort, noem je dat een gehoorstoornis. Voor uw kind heeft dat een grote invloed op de spraak- en taalontwikkeling. Een kind leert praten door het horen van geluiden in zijn of haar omgeving.  Als kinderen slechter kunnen horen, kunnen ze ook moeilijker de taal oppakken die tegen hen gesproken wordt. dit kan een achterstand in de spraak- en taalontwikkeling veroorzaken. Het is daarom erg belangrijk om in de gaten te houden of uw kind of uzelf goed hoort.


Stotteren

Stotteren is een complexe stoornis die zich uit in de vloeiendheid van het spreken. Hoorbare kenmerken zoals herhalingen, verlengingen en blokkades maar ook zichtbare kenmerken zoals meebewegingen van het hoofd, aanspannen van de spieren, verandering van de ademhaling vallen vaak op.
Naast deze hoorbare en zichtbare kenmerken zijn er ook vele gedachten en gevoelens van invloed op het stotteren. Stotteren kan gepaard gaan met schaamte, angst, het vermijden van klanken, woorden of zelfs situaties. Dit alles kan van stotteren een zeer complex probleem maken.

Stotteren ontstaat meestal tussen het tweede en zevende levensjaar, maar kan zich ook op latere leeftijd ontwikkelen. Bij een grote groep kinderen gaat het stotteren vanzelf weer over, maar soms is behandeling van een logopedist of stottertherapeut nodig. Het is dan belangrijk om de behandeling zo snel mogelijk te starten zodat er een grotere kans op herstel bestaat.
Als u twijfels heeft over het spreken van uw kind of als u zich zorgen maakt, kunt u de ScreeningsLijst voor Stotteren invullen. Met behulp van deze lijst krijgt u een indicatie van de ernst van het stotteren van uw kind en leest u aan de hand van de totaalscore wat u kunt doen. U kunt ook altijd contact opnemen met uw huisarts of met de stotterspecialist van deze praktijk voor advies. Voor meer informatie over stotteren kunt u ook kijken op www.stotteren.nl

Behandeling van stotteren

Bij de behandeling van stotteren is het belangrijk om een goede aansluitende behandelmethode te kiezen. Bij jonge kinderen wordt er samen met ouders bekeken wat de beste optie voor het kind is.: indirecte therapie, waarbij de omgeving adviezen krijgt, of directe therapie, waarbij het kind zelf ook behandeld wordt. Bij de behandeling van jonge kinderen is de betrokkenheid van ouders erg belangrijk.

Bij de behandeling van oudere kinderen, jongeren en volwassenen is de behandeling meer gericht op het achterhalen hoe het stotterprobleem zich tot nu toe heeft ontwikkeld. Welke problemen ervaart men door het stotteren? Welke emoties, gedachten en gevoelens spelen een rol? Met behulp van "vloeiendheidstraining' kan er gewerkt worden aan de spraak zodat een stotteraar vloeiender leert spreken.


Broddelen

Broddelen is een stoornis in het spreken die zich uit in moeilijk verstaanbare, a-ritmische, of niet vloeiende spraak. Opvallende kenmerken van broddelen zijn het hoge spreektempo en het in elkaar schuiven van woorden of het weglaten van klanken. Bijvoorbeeld "duilijk" in plaats van "duidelijk". Personen die broddelen hebben ook vaak moeite met het formuleren van hun gedachten, dit kan ook schriftelijk zijn.
Iemand die broddelt hoort zelf dat er iets niet goed gaat met zijn spraak, meestal doordat de luisteraar vaak "wat zeg je?" zegt, maar kan zelf niet benoemen wat er mis gaat tijdens het spreken.
Hoewel broddelen soms op stotteren lijkt, is het toch iets anders. Onvoldoende rijping van het centraal zenuwstelsel zou een oorzaak kunnen zijn van broddelen. Broddelen kan pas vastgesteld worden als de spraak- en taalontwikkeling is voltooid. Broddelen en stotteren kunnen wel samen gaan.


Behandeling van broddelen

Hier is een uitgebreid diagnostisch onderzoek nodig om vast te stellen of er sprake is van broddelen, stotteren of een ander spraakprobleem.
Bij kinderen kan de logopedist eventueel samenwerken met een remedial teacher om latere spraak- en taalproblemen te voorkomen. Kinderen die broddelen kunnen ook lees- en spellingproblemen ontwikkelen.

Bij (jong)volwassenen richt de behandeling zich vooral op confrontatie met de eigen spraak en taalformuleringen. 

Eten en drinken

Bij het eten drinken zijn veel spieren en zenuwen betrokken die allemaal op elkaar afgestemd moeten bewegen: hand- en armspieren, gezichts- en kaakspieren, de tong, de keel en de slokdarmspieren. Als er een probleem in de spierspanning is of in de coördinatie van de spieren, kan dit eet- en slikproblemen veroorzaken. Als er onvoldoende geslikt wordt, gaat speeksel zich verzamelen in de mond en kan het 'weglopen'uit de mond (kwijlen). Er kan ook verslikken plaatsvinden als er speeksel in de luchtwegen terecht komt. Dit kan tot paniek leiden. Er is meer kans op verslikken als er sprake is van vermoeidheid, emoties en bij spreken tijdens eten of drinken.
Meisje niet eten

De logopedist kan helpen het eten en drinken te verbeteren. Dit gebeurt door bijvoorbeeld de houding te verbeteren en/of de spieren te trainen die een rol spelen bij het slikproces. Verandering van de dikte van de voedselconsistentie (indikken van drankjes) of aanpassen van eet- of drinkgerei zoals speciale bekers of rietjes kunnen hierbij helpen.
Er kan logopedische begeleiding nodig zijn op het gebied van eten en drinken bij:                               

Afwijkende mondgewoonten

Bijvoorbeeld knarsetanden, duimzuigen, speenzuigen,  open mondgedrag, tijdens het spreken de tong tussen de tanden plaatsen,  of slikken met de tong tussen de tanden

Schisis

Als een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet problemen geeft met het eten en/of spreken kan een logopedist hierbij helpen en adviseren.

Sondevoeding

Sondevoeding wordt door middel van een slangetjes, meestal via de neus, ingebracht. Vaak wordt de logopedist in het ziekenhuis ingeschakeld wanneer besloten wordt van sondevoeding over te stappen naar orale voeding.

Eet- en drinkstoornissen bij kinderen/volwassenen  met hersenletsel

Wanneer door afwijkende werking van de hersenfuncties er problemen zijn met de mondfuncties, vooral met slikken.

Medicijngebruik

Door het gebruik van bepaalde medicijnen kan de smaak van het eten veranderen of afnemen. Medicijnen kunnen ook een droge mond veroorzaken. De logopedist kan helpen om iets aan het eten te veranderen zodat er weer plezier in eten kan ontstaan.

Als voedsel in de mond niet goed wordt waargenomen, zal iemand zich veel eerder verslikken. Er worden vaak grote happen in de mond genomen om 'iets' te voelen en hierdoor beter te weten hoe te kauwen en te slikken. Ook is het mogelijk dat er liever niet wordt gegeten vanwege de dreiging van het verslikken. Dit wordt als zeer vervelend ervaren.

Soms wordt voedsel in het algemeen als heel vervelend ervaren. De reacties binnen de mond kunnen heel sterk zijn en dan is het mogelijk dat iemand gaat kokhalzen. Als tegenreactie eet je dan liever niet of alleen bepaalde dingen.

Sommige kinderen willen alles gescheiden hebben op hun bord zodat het voor hen duidelijk is wat ze in hun mond nemen. Verschillende consistenties door elkaar kan problemen geven. Anderen willen alleen maar koud eten of alleen maar warm. Samen met de logopedist kan de oorzaak van deze problemen worden achterhaald en een plan worden opgesteld om hier aan te werken.


Lezen

Logopedisten zijn vaak al in een vroeg stadium betrokken bij kinderen met dyslexie. De kinderen zijn soms nog niet in het leerproces vastgelopen, maar tonen al wel risicofactoren. U kunt dan denken aan: weinig letters kennen, erfelijkheid, onvoldoende klankbewustzijn (hakken, plakken, rijmen) en een fonologisch taalontwikkelingsprobleem. een vroege adequate begeleiding kan dyslexie niet voorkomen, maar verkleint wel de uitingsvorm ervan. De logopedist kan in groep 2 de kleuter alvast een voorschot geven op de komende leesontwikkeling., zodat het kind met meer kansen en zelfvertrouwen aan groep 3 zal kunnen beginnen. Ook in de hogere groepen kan de logopedist hulp bieden bij het lezen en spellen.                                                                                                                                         

De risicogebieden voor het leren lezen en/of spellen zijn het werkterrein van de logopedist. Met name het signaleren en de vroegtijdige opsporing van risicokinderen is groot. Ook bij het aanvankelijk en voortgezet lezen is een ondersteunende rol voor de logopedist weggelegd.

Het begrijpend lezen valt eveneens binnen het werkterrein van de logopedist, namelijk de taalontwikkeling en de woordenschat.

De logopedist draagt  bij aan het voorkomen van leesproblemen en zorgt voor het verminderen van de gevolgen van leesproblemen.
 
Inloggen

(c) Logopediepraktijk Afrikaanderwijk-Katendrecht - voor kinderen en volwassenen
Telefoon: 010-4231320 of 010-3072005 - Website: www.logo-ak.nl